Hoe wordt pensioen opgebouwd?

De meeste mensen die in Nederland wonen en werken, bouwen een pensioen op. Hoe het pensioen wordt opgebouwd, verschilt per persoon. Dat heeft ermee te maken dat de één in loondienst automatisch pensioen opbouwt via zijn werkgever, terwijl een andere werkgever amper iets opzij zet. Daarnaast zijn er in Nederland ook nog zo’n 1,8 miljoen zzp’ers die zelf hun pensioen moeten opbouwen. In ieder geval heeft elke werkende in Nederland recht op de AOW-uitkering. Maar dat is vaak niet voldoende om comfortabel van te kunnen leven. Om deze reden zijn er veel mensen die ervoor kiezen om een aanvullend pensioen op te bouwen, bijvoorbeeld via een pensioenbelegging of pensioenspaarrekening.

Op deze pagina:

    Pensioenopbouw via werkgever

    De vaakst voorkomende manier van pensioenopbouw, is via de werkgever. Als je in loondienst bent of in loondienst bent geweest, zal de werkgever een pensioenregeling aanbieden. Je moet er verplicht aan deelnemen. De werkgever houdt dan een deel van je salaris in en investeert deze in een pensioenfonds of pensioenbelegging. Ook sommige zzp’ers moeten verplicht deelnemen aan een pensioenfonds.  Denk bijvoorbeeld aan medisch specialisten, apothekers en fysiotherapeuten. In alle andere gevallen moet je als zzp’er zelf een pensioen opbouwen. Mensen in loondienst bouwen vaak pensioen op via de werkgever. Als je bij meerdere werkgevers hebt gewerkt, heb je mogelijk bij meerdere pensioenfondsen al een pensioen opgebouwd. Sommige werkgevers kiezen ervoor om geen pensioen op te bouwen bij een pensioenfonds, maar bij een pensioenverzekeraar. Op mijnpensioenoverzicht.nl kun je een overzicht vinden van welke werkgever wat heeft opgebouwd met betrekking tot je pensioen.

    Je werkgever betaalt elke maand een premie aan een pensioenuitvoerder. Dit kan bijvoorbeeld een verzekeraar zijn, maar ook een pensioenfonds. Verder betaal je zelf ook mee, doordat de werkgever een deel van je loon inhoudt als bijdrage. De pensioendatum in je pensioenregeling kan anders zijn dan je AOW-datum. Vaak is de pensioendatum iets hoger. Je mag ook eerder met pensioen, maar dan krijg je minder ouderdomspensioen.

    Zelf pensioen opbouwen

    In sommige gevallen moet je zelf een pensioen opbouwen. Bijvoorbeeld omdat de werkgever niets of veel te weinig opzij heeft gezet om later een goed pensioen te hebben. Je spreekt dan van een pensioengat. In zo’n geval kun je een aanvullend pensioen afsluiten. Dit kun je zelf doen, via een pensioenspaarrekening, lijfrenteverzekering of een pensioenbelegging. Welke keuze het handigst is, hangt af van je eigen persoonlijke voorkeuren.

    Een andere optie is dat je zelfstandig ondernemer bent. Veel zzp’ers staan er helemaal niet bij stil, maar het is belangrijk om zo vroeg mogelijk een eigen pensioen op te bouwen. Als ondernemer krijg je alleen een AOW-uitkering, maar de rest moet je zelf bij elkaar zien te sparen. Je bouwt dus geen werknemerspensioen op. Kies er daarom voor om vroegtijdig zelfstandig een pensioen op te bouwen. Veel ondernemers kiezen voor een pensioenbelegging of andere vorm van pensioensparen. Zzp’ers zijn sneller geneigd om het pensioen te vergeten en de winst in eigen zak te steken. Maar dat is zeker niet verstandig. Er zit daarom vaak maar één ding op: een hoger tarief berekenen, zodat het pensioenplaatje gedekt is. Hoeveel je per maand moet betalen voor je pensioen als zzp’er, is afhankelijk van hoeveel geld je nodig hebt als je met pensioen gaat. Dat is ongeveer 70 procent van de winst die je nu aan jezelf uitkeert.

    In sommige gevallen ben je niet vrij om zelf te kiezen of je voor je pensioen gaat sparen of niet. Artsen, fysiotherapeuten, notarissen, stukadoors en schilders moeten verplicht een pensioen opbouwen middels een pensioenfonds. Meer informatie kun je bij de Kamer van Koophandel vinden. Staat jouw beroep er niet tussen, dan moet je volledig zelf een aanvullend pensioen opbouwen.

    Pensioenfondsen open voor ondernemers

    Met de invoering van de Wet Toekomst Pensioenen per 1 juli 2023, is een vijfjarig experiment gestart. De ondernemer kan vrijwillig pensioen opbouwen bij een pensioenfonds in de sector. Op deze manier heb je dezelfde pensioenregeling als mensen die in loondienst werken. Er is geen medische keuring en er zijn ook geen aanvullende voorwaarden. Maar opgelet: slaagt het experiment niet? Dan stopt de pensioenopbouw bij het fonds. Je kunt het opgebouwde pensioen laten staan, of een waardeoverdracht vragen naar een lijfrenterekening.

    Vind je het opbouwen van een pensioen als zzp’er ingewikkeld? Het hoort bij het ondernemen. Je kunt er ook voor kiezen om je onderneming te staken en weer in loondienst te gaan. Anders doe je er goed aan lijfrente of banksparen te onderzoeken

    Lijfrente en banksparen

    Je kunt je pensioen regelen aan de hand van een lijfrenteverzekering of via een geblokkeerde spaarrekening. Je betaalt iedere maand of op een ander vast moment een bedrag aan de hand van premie of een koopsom bij de verzekeraar of bank. Dit is fiscaal aantrekkelijk, want je mag (een deel van) je inleg aftrekken bij de Inkomstenbelasting. Met de premies en koopsom kun je een kapitaal opbouwen. Je koopt daarmee straks een lijfrente. Zo kun je zelf kiezen welke lijfrente je wil kopen. Denk bijvoorbeeld aan een lijfrente met een beperkte loopduur of een lijfrente die eindigt bij overlijden. De uitkeringen zijn onderhevig aan belastingen via box 1. Bij het uitkeren ervan wordt er dus een deel ingehouden voor de belastingen.

    Zelf pensioen sparen

    Natuurlijk kun je ook zelf een spaarrekening beginnen en elke maand geld opzij zetten voor je pensioen. Maar dat is fiscaal nadelig. Het vermogen dat je opbouwt, is voor de inkomstenbelasting ieder jaar belast in box 3. Slechts een deel is vrijgesteld van de belasting. Dit noemen we het heffingsvrij vermogen. In 2025 is dat € 57.684. Het biedt wel meer vrijheden: je kunt het geld opnemen wanneer je maar wil. Maar dat is ook meteen een valkuil. Veel mensen nemen het geld namelijk weer op in financieel onzekere tijden.

    Factoren die pensioenopbouw bepalen

    Hoeveel pensioen je precies hebt opgebouwd, is afhankelijk van een aantal factoren. Iedereen die in Nederland woont of werkt, komt in aanmerking voor een basispensioen. Dit noemen we de Algemene Ouderdomswet (AOW). Deze opbouw begint zodra je in Nederland woont of werkt. De opbouw stopt, zodra je de AOW-leeftijd hebt bereikt. Voor ieder verzekerd jaar, bouw je twee procent op. Ga je emigreren of verblijf je een aantal jaren in het buitenland? Dan wordt de uitkering lager.

    De meeste werknemers bouwen verder een aanvullend pensioen op via de werkgever. Dit pensioen bouw je op bij een pensioenfonds of verzekeraar. De hoogte is onder meer afhankelijk van je salaris, de pensioenregeling en de opbouwperiode. De werkgevers en werknemers betalen meestal beiden premie. De werkgever betaalt het grootste gedeelte.

    Verder is een individueel pensioen en aanvullingen daarop een belangrijke factor die je pensioenopbouw bepaalt. Je mag zelf een lijfrente, bankspaarproduct of belegging afsluiten. Als je zzp’er bent, is het belangrijk dat je dit doet. Het is (nog) niet wettelijk verplicht, maar wel belangrijk dit alsnog te doen. Verder kun je ook een aanvullend pensioen afsluiten, als je nu al weet dat je straks geld tekort komt. Hoeveel pensioen je opbouwt, is afhankelijk van je inleg, rendement en de beleggingsrisico’s.

    Verder maakt het uiteraard ook uit hoeveel dienstjaren je hebt opgebouwd en wat je arbeidsverleden is. Ben je een tijdje werkloos geweest of met onbetaald verlof gegaan, dan leidt dit vaak tot een lagere pensioenopbouw.

    Je pensioenopbouw hangt ook af van je salaris. Hoe hoger je salaris, hoe meer pensioen je opbouwt. Dit is vooral het geval bij een middelloon- of eindloonregeling. Soms geldt er een franchisebedrag (drempel waarover geen pensioen wordt opgebouwd). Dit is ook van invloed op de pensioenopbouw.

    Verder beleggen pensioenfondsen en verzekeraars meestal de premies om een rendement te behalen. Als het rendement hoger is, krijg je meer pensioen. Sommige pensioenregelingen beloven een minimale uitkering. De meeste regelingen zeggen dat wat je krijgt, afhankelijk is van de ontwikkelingen op de markt. Gaat het al tijden slecht, dan krijg je dus minder pensioen.

    Wissel je van werkgever, dan bouw je pensioen op bij verschillende fondsen. Niet alle pensioenen worden overgedragen. Daardoor heb je uiteindelijk meer versnippering en een lagere uitkering. De waardeoverdracht kan helpen om pensioenrechten bij één fonds samen te voegen. Dat kan helaas niet altijd.

    Pensioenfondsen passen de pensioenuitkeringen verder aan, aan de inflatie. Dit werkt aan de hand van indexatie. Zo kun je koopkrachtverlies voorkomen. Maar de indexering is afhankelijk van hoe goed een pensioenfonds of belegging het doet. Is er sprake van een tekort, dan wordt de indexering beperkt of uitgesteld. Daardoor heb je een groter pensioengat tegen de tijd dat je met pensioen gaat.

    Toekomstige pensioenuitkering berekenen

    Wil je weten hoeveel pensioen je krijgt uitgekeerd tegen de tijd dat je de AOW-leeftijd hebt bereikt? Dan hoef je dit niet volledig zelf te berekenen. De overheid heeft alle pensioenen die je hebt opgebouwd, samengevat in één pagina op de website Mijnpensioenoverzicht.nl. Hier vind je alle opgebouwde pensioenen, inclusief de AOW-leeftijd. De pensioenleeftijd staat in de pensioenregeling als standaardpensioenleeftijd ingesteld.

    Op deze manier weet je of je al voldoende pensioen hebt opgebouwd, of dat je beter nog een aanvullend pensioen kunt afsluiten. Je bouwt doorgaans pensioen op tussen je 21e en de pensioenleeftijd. Vanaf 1 januari 2024 is het mogelijk al pensioen op te bouwen vanaf je 18e. Toch kan het gebeuren dat je geen volledig pensioen hebt opgebouwd. Je krijgt dan te maken met een pensioengat.

    Dit kan gebeuren als je werkloos bent geraakt, of als de werkgever geen verplichte pensioenregeling had. Het geldt ook als je je ouderdomspensioen inruilt voor een partnerpensioen, eerder met pensioen gaat of te maken krijgt met een echtscheiding.

    Door de economische crisis van 2008 kwam een deel van de pensioenfondsen in financiële moeilijkheden. Daardoor krijg je mogelijk minder pensioen dan je had gehoopt. Daarom zijn er fondsen die de premie verhogen, het pensioen niet of slechts gedeeltelijk indexeren, of het pensioen zelfs verlagen. Voor vragen kun je contact opnemen met de pensioenuitvoerder.