Pensioen berekenen
Benieuwd hoeveel pensioen je krijgt zodra je met pensioen gaat? Het is belangrijk om deze bedragen nu alvast uit te rekenen. Op deze manier kun je je pensioen nog sturen, als blijkt dat je straks te weinig pensioen ontvangt om de rekeningen te kunnen betalen, te blijven leven op de manier zoals je nu doet, of als je juist een andere levensstijl wil. Veel Nederlanders dromen ervan om met pensioen te gaan en de rest van hun leven te slijten onder de Spaanse zon. Maar dan moet daar wel genoeg geld voor zijn. Blijkt dat geld niet aanwezig te zijn, dan spreken we van een pensioengat. Maar hoe kun je zelf een pensioenberekening maken?
Op deze pagina:

Pensioenberekening
Als je wil weten of je genoeg inkomen hebt om met een gerust hart met pensioen te gaan, kun je het best zelf een pensioenberekening maken. Houd er wel rekening mee dat de pensioenberekening bij de meeste pensioenfondsen gebeurt op basis van je jaarlijkse inkomen. Dit heet de middelloonregeling. Tot 1 januari 2004 werd het pensioen gebaseerd op je laatst verdienende inkomen. Dit was de eindloonregeling.
Om het pensioen te kunnen berekenen, moet je onder meer je pensioenleeftijd bepalen. Daarna kun je aan de hand van de AOW-leeftijd het pensioen berekenen. Daarvoor heb je vier belangrijke factoren nodig.
Factoren die pensioen bepalen
Er zijn vier factoren die volgens de pensioenfondsen het pensioen bepalen. In dit voorbeeld houden we de pensioenberekening van één van de grootste pensioenfondsen van het land, ABP aan. ABP kijkt onder meer naar het pensioengevend inkomen, de tijd dat u in loondienst bent geweest en eventuele deeltijd. Daarnaast geldt er sinds 1 januari 2015 een opbouwpercentage, dat afhankelijk is van het pensioengevend inkomen. Veel van deze termen zullen nog voor een hoop vraagtekens zorgen. Om over begrippen als ‘franchise’ maar niet te spreken. Daarom leggen we deze termen graag voor je uit.
Pensioengevend inkomen
Om je pensioen te kunnen bepalen, kijk je eerst naar het pensioengevend inkomen. Dit is twaalf keer het brutosalaris van januari. Daarbij tel je de vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en eventuele toeslagen nog bij op. Daarbij tel je vervolgens het bedrag aan variabele toeslagen op dat je dit kalenderjaar hebt ontvangen. Je inkomen is niet altijd hetzelfde, bijvoorbeeld omdat je een salarisverhoging hebt gekregen. Om deze reden kijk je naar de salarisverhoging vanaf 1 januari van dit jaar. Deze tel je op als pensioengevend in het volgende jaar. Het pensioengevend inkomen kent een maximumbedrag van 137.800 euro per jaar bij een pensioenfonds als ABP. Dit is het maximale inkomen dat je in voltijd kunt gebruiken om je pensioen mee te berekenen. Ook als je in deeltijd werkt. Want het deeltijddeel pas je toe als factor in de berekeningsformule.
Diensttijd en deeltijd
Zoals gezegd werkt niet iedereen altijd voltijd. We spreken van een voltijd dienstverband als je gemiddeld ten minste 36 uur per week werkt. Elk kalenderjaar telt dan mee als één pensioenjaar. Maar als je in deeltijd werkt, kijk je naar de factor van een pensioenjaar. Stel: je werkt 80 procent van de tijd wel, maar 20 procent van de voltijd niet. Dit heet deeltijd werken. De factor is dan 0,8 pensioenjaar. Dit heet een deeltijdfactor. Maar werk je bijvoorbeeld meer dan gemiddeld, zoals 40 uur in de week? Dan heb je een factor van 1,1 pensioenjaar. De pensioenjaren bereken je vanaf het moment dat je in dienst ging bij deze werkgever, tot het moment van ontslag.
Opbouwpercentage
Sinds 1 januari 2015 geldt er bij het berekenen van een pensioen ook een opbouwpercentage. Dit is een percentage dat afhankelijk is van hoe hoog je pensioengevend inkomen is. Het percentage is dus niet voor iedereen gelijk, maar is vastgesteld tussen de 1,701 procent en 1,875 procent van het pensioen dat je vanaf die datum opbouwt. Heb je pensioen opgebouwd voor 1 januari 2015, dan verandert daaraan niets.
Franchise
Ten slotte is er ook een deel van het inkomen waarover je geen pensioen opbouwt. Over dat deel van het inkomen wordt ook geen pensioenpremie ingehouden door de werkgever. Dit deel noemen we franchise. Voor dit deel ontvang je geen pensioen, maar krijg je straks een AOW als vervanging. De hoogte van de franchise is afhankelijk van hoe de AOW zich ontwikkelt. Het pensioenfonds past ieder jaar de franchise aan. Dit is dus per pensioenfonds verschillend.
Toekomstige pensioenuitkering berekenen
Het is mogelijk om zelf je pensioen uit te rekenen. Iedereen die voldoende informatie heeft over zijn pensioen, kan deze berekening maken. Daarvoor wordt ten eerste gerekend met een pensioengrondslag. Dit is de uitkomst van de rekensom jaarsalaris - franchise. Op die manier weet je over welk deel van je inkomen je pensioen kan verwachten. Vervolgens vermenigvuldig je de pensioengrondslag met het aantal jaren dat je pensioen opbouwt. Dit zijn de deelnemersjaren.
Dit bedrag vermenigvuldig je met het opbouwpercentage. Dit percentage is voor iedereen anders, afhankelijk van de hoogte van je pensioen. Bovendien neem je vervolgens het percentage dat je parttime hebt gewerkt. Werk je drie dagen in de week, dan is je parttime percentage 60 procent.
De formule komt dan dus uit op: pensioengrondslag x deelnemersjaren x opbouw x het parttime percentage.
Als je een pensioengevend salaris van 40.000 euro hebt, heb je een franchise van 18.797 euro. De pensioengrondslag is dan: 40.000 - 18.797 euro. Dat komt neer om 21.203 euro. Het opbouwpercentage is 1,738 procent. Daardoor is je jaarlijkse pensioenopbouw: 21.203 x 1,738 procent. Dit betekent dat je jaarlijkse pensioenopbouw 368,51 euro bedraagt.
Mijn Pensioen Overzicht
Heb je moeite met het berekenen van het pensioen, wil je zeker weten dat het goed zit of denk je na om eerder of later met pensioen te gaan? In zulke gevallen zal de berekening hierboven ook veranderen. Om deze reden heeft de overheid een website in het leven geroepen waarop je precies kunt zien hoeveel pensioen je hebt opgebouwd, bij welke werkgevers en hoe hoog de AOW-uitkering zal zijn. Via MijnPensioenoverzicht.nl vind je bovendien ook berekeningen van verschillende situaties. Op die manier weet je hoeveel pensioen je krijgt als je op een bepaalde leeftijd met pensioen gaat. Daardoor kun je gemakkelijker een eventueel pensioengat opsporen en aanvullen met een pensioenbelegging of lijfrente als dit nodig is.