Zorg en welzijn pensioen
Werk je in de sector zorg en welzijn? Dan is de PFZW (Pensioenfonds Zorg en Welzijn) het belangrijkste pensioenfonds. Net als voor alle andere pensioenfondsen, geldt dat je op verschillende manieren je pensioen kunt regelen. Alle pensioenen zullen er in de toekomst anders uitzien. We leggen je uit wat de huidige situatie is, hoe het nieuwe pensioenstelsel eruit ziet, en welke keuzes je kunt maken.
Op deze pagina:

De huidige situatie in de zorg
In de huidige situatie spaar je elke maand voor je pensioen. De premie die je werkgever daarvoor betaald, wordt belegd. Je kunt zelf ook je pensioen aanvullen. Ook dit bedrag wordt belegd. Daarop wordt (hopelijk) rendement verdiend. Dat geld krijg je op het moment dat je met pensioen gaat, periodiek uitgekeerd.Nu is het nog zo dat pensioenfondsen een redelijk hoge buffer moeten hebben. Dat betekent dat de pensioenen niet meebewegen met de economie. Concreet betekent dit dat je er niets bij krijgt als het goed gaat met de economie, maar dat je ook niet minder pensioen krijgt uitgekeerd als het slecht gaat met de economie.Concreet houdt dat in dat pensioenfondsen heel veel geld oppotten, en de gepensioneerden dat geld niet extra krijgen. Voor veel mensen is dat moeilijk te begrijpen. Daarom kijken overheden, pensioenfondsen, vakbonden en werkgevers naar een nieuw pensioenstelsel. We leggen je graag uit wat de plannen zijn.
Het nieuwe pensioenstelsel zorg en welzijn
Net als veel andere pensioenen, is ook het Pensioenstelsel Zorg en Welzijn (PFZW) onder de loep genomen en is er gestemd voor hervorming. In het nieuwe stelsel, dat in 2026 in gaat, blijft het geld dat je bij elkaar hebt gespaard voor je pensioen, gewoon van jou. Als je werkt, kun je ieder jaar zien hoeveel premie er voor jou is betaald. Daarnaast zie je hoeveel je zelf betaalt en welk rendement er is verdiend. Je ziet ieder jaar hoe hoog jouw verwachte pensioen is.Ga je met pensioen, dan krijg je een levenslange pensioenuitkering. Ook dat verandert niet. Wat wel verandert, is dat het rendement op het vermogen niet meer in een buffer gestopt wordt. Daardoor kan het pensioen in de toekomst waarschijnlijk omhoog. Maar er is ook een nadeel: het pensioen kan ook verlaagd worden. Het pensioenfonds vangt die verlagingen op door de solidariteitsreserve aan te spreken. Deze vullen alle leden van het fonds tijdens de betere tijden.De solidariteitsreserve bestaat uit 5 procent van het fondsvermogen. Het kan natuurlijk zijn dat we in een langdurige crisis raken. Dan kan de reserve helemaal opgebruikt worden. In dat geval gaat je pensioen omlaag. Maar de verwachting is dat je pensioen uit een stabiel bedrag bestaat.Dat is anders dan in de voorgaande situatie, waarin de regels veel strenger waren. Veel gepensioneerden hebben nug nog een pensioen dat niet wordt geïndexeerd. Het wordt verlaagd als de dekkingsgraad te lang onder de 105% blijft.
Premie van het pensioenstelsel
In het nieuwe stelsel spreekt men een premie af. Hoe hoog het pensioen van een gepensioneerde zou moeten zijn, bepalen de sociale partners: de pensioenambitie. Bij PFZW is een premie van 25,9% van je inkomen afgesproken. De pensioenambitie is 80% van je verdiende loon, bij een gemiddeld loon, verdiend in 42 dienstjaren. De premie is voor iedereen gelijk: ook bij mensen van verschillende leeftijden.Bij een pensioenfonds belegt men elke dag, zodat de deelnemers jaarlijks zien hoeveel hun aandacht in het collectieve vermogen verandert. Je ziet elk jaar dan ook hoeveel pensioen je waarschijnlijk krijgt. Bonden en werkgevers hebben afgesproken om elk jaar te kijken hoeveel geld er in de pot zit, en hoe de opbouw van het persoonlijk pensioenvermogen eruit moet zien: het moet in verhouding zijn met de pensioenambitie van de bonden en de werkgevers.Kan dat tot strubbelingen leiden? Helaas is het antwoord: ja. In een onfortuinlijke situatie moeten werkgevers en vakbonden opnieuw met elkaar naar de onderhandelingstafel. Maar laten we van het positieve uitgaan.
Aanpassingen aan het pensioenbedrag
Het is niet zo dat als het slechter gaat met de pensioenen, je elke maand minder pensioen ontvangt. Het bedrag wordt één keer per jaar aangepast. Bij een negatief rendement zet het pensioenfonds eerst de solidariteitsreserve in, zodat jij er als gepensioneerde niet zoveel van merkt. Maar doet een langdurige economische crisis zich voor, dan kan het pensioen elk jaar wordt verlaagd.
Pensioenregelingen zorg en welzijn
In de sector zorg en welzijn kun je verschillende soorten pensioen regelen. We noemen de meest voorkomende pensioenen.
Ouderdomspensioen
Het ouderdomspensioen is het pensioen dat we kennen als het ‘gewone pensioen’. Met andere woorden: je stopt met werken en krijgt een inkomen. Je ontvangt uiteraard de AOW van de overheid, maar dat is niet genoeg om van te leven. Je ouderdomspensioen is het pensioen dat je hebt opgebouwd in de sector zorg en welzijn. Deze twee dingen samen, is je inkomen voor later.Je bepaalt zelf wanneer je pensioen ingaat. Het mag zowel voor als na je AOW-leeftijd. Wat er voor jou mogelijk is, hangt af van de hoogte van je pensioen. Je pensioen is gebaseerd op het salaris dat je gemiddeld verdiende toen je het pensioen opbouwde. Je krijgt hiervan elke maand een deel overgemaakt. Daarnaast krijg je vakantiegeld. Het ouderdomspensioen stopt op de laatste dag van de maand waarin je overlijdt.
Partnerpensioen
Natuurlijk wil je dat je partner goed achterblijft, als jij komt te overlijden. Dit wordt geregeld in het partnerpensioen. Een deel van dit pensioen bouw je al op, en het andere deel is verzekerd op risicobasis. Onder een partner verstaan we degene met wie je bent getrouwd, met wie je een geregistreerd partnerschap hebt, of met wie je een samenlevingsovereenkomst hebt.
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Je wilt er niet aan denken, maar het kan voorkomen dat je door ziekte niet meer volledig kunt werken. In dat geval ga je minder verdienen. Maar als je een dekking voor een arbeidsongeschiktheidspensioen hebt, kom je mogelijk in aanmerking voor premievrij pensioenopbouw of voor een arbeidsongeschiktheidspensioen. Meestal gaat het om 70% tot 75% van het oorspronkelijke brutosalaris. Het geldt zolang als je arbeidsongeschikt bent, en alleen voor het deel dat je arbeidsongeschikt bent. Ook hangt de hoogte af van de uitkering die je van het UWV ontvangt.
Aanvullend nettopartnerpensioen
Met een aanvullend nettopartnerpensioen bouw je pensioen op over een jaarlijks bepaald maximum salaris. Verdien je meer dan dit salaris, dan kun je een aanvullend nettopartnerpensioen afsluiten. Het gaat erom dat het inkomen van nu hoger is dan het toekomstig partnerpensioen. Met een nettopartnerpensioen voorkom je dat je partner straks geld te kort komt als jij overlijdt.
Vrijwillige voortzetting
Ga je minder werken of verdienen? Dan krijg je misschien te maken met een pensioengat. Je kunt je pensioenopbouw dan op eigen kosten voortzetten. Waar normaal gesproken jij en de werkgever samen premie betalen, doe je dat nu helemaal zelf. Het bedrag dat je per maand inlegt, wordt dan dus hoger. Dit geldt ook als je uit dienst gaat en zelfstandig ondernemer wordt.
Wezenpensioen
Wanneer een kostwinner overlijdt, valt een deel van het inkomen van de familie weg. Als je pensioen opbouwt, hebben kinderen tot 21 jaar recht op wezenpensioen. Dit is afgeleid van het oudersdomspensioen dat al is opgebouwd, en het pensioen dat nog zou zijn opgebouwd tot de AOW-leeftijd. Het wezenpensioen geldt ook voor kinderen bij een ex-partner. Het wezenpensioen stopt als het kind een leeftijd van 21 jaar bereikt.
Verlof en werkloosheid
Wil je dat er toch geld binnenkomt als je met onbetaald verlof gaat? Of als je ziek of werkloos wordt? Dan kun je je daar zonder kosten voor beschermen. De bescherming kost je niets, maar je moet het wel zelf aanvragen. Het nabestaandenpensioen blijft volledig op risicobasis verzekerd zolang de bescherming geldt. Bij arbeidsongeschiktheid bouw je pensioen op, zonder premie te hoeven betalen. Maar je krijgt het alleen in deze gevallen:
Je hebt onbetaald verlof;
Je bent ontslagen en hebt een werkloosheids- of wachtgelduitkering;
Je salaris daalt omdat je ziek bent;
Je hebt een ziektewetuitkering.
Natuurlijk gelden er maximumperiodes. Bij onbetaald verlof krijg je de bescherming zolang je onbetaald verlof hebt. Bij werkloosheid geldt een maximum van 3 jaar. Bij ziekte duurt de bescherming zolang je een lager salaris ontvangt, maar maximaal 3 jaar. Ontvang je een vervroegde arbeidsongeschiktheidsuitkering van UWV, dan stopt de bescherming.
Flexpensioen
Heb je voor één januari 2006 al pensioen opgebouwd? Dan heb je recht op het flexpensioen. Dat is een pensioen dat was bedoeld om eerder te stoppen met werken. Hoeveel het Flexpensioen bedraagt, hangt af van de hoogte van het salaris en het moment dat je met pensioen gaat. Ben je nu jonger dan 60 jaar, dan staat het bedrag in je pensioenoverzicht. Je vindt het als ‘pensioen vanaf 60 tot 65 jaar’. Soms heb je de mogelijkheid om het Flexpensioen in één keer uit te laten betalen. Dat noem je ook wel het afkopen van je pensioen.
Uitkering ineens bij overlijden
Overlijd je terwijl je ouderdoms-, arbeidsongeschiktheids- of Flexpensioen wordt uitgekeerd? Dan houdt de uitkering niet op. Je partner en kinderen, die achterblijven, krijgen in één keer de resterende uitkering. Let op: kinderen krijgen de uitkering alleen als ze onder de 21 jaar oud zijn.
Keuzes binnen pensioenregeling zorg en welzijn
Binnen het ouderdomspensioen kun je drie keuzes maken. Deze leggen we je graag uit.
Eerst een hoger pensioen
Je kunt ervoor kiezen om eerst een hoger pensioen uitgekeerd te krijgen, en later in het leven een lager pensioen. Zo kun je genieten van meer financiële vrijheid in de jaren die er het meest toe doen.
Eerst een lager pensioen
Je kunt er ook voor kiezen om eerst een lager pensioen uitgekeerd te krijgen. Op die manier heb je op hogere leeftijd nog meer te besteden, of blijft het pensioen vrijwel gelijk. Het geeft je meer zekerheid.
Deeltijdpensioen
Wil je graag eerder met pensioen, maar ook nog blijven werken? Voor deze mensen is er het deeltijdpensioen. Dat houdt in dat je voor een deel met pensioen gaat. Je blijft nog wel werken, maar een kleiner aantal uren per week. De extra vrije tijd betaal je alvast vanuit je pensioenpot.
Pensioenopbouw zorg en welzijn
De hoogte van je salaris telt
De meestgestelde vraag over pensioenen is: ‘Hoeveel krijg ik elke maand uitgekeerd?’ Het antwoord is, dat dit voor iedereen verschilt. Het hangt namelijk af van hoeveel pensioen je opbouwt, en dat is dan weer afhankelijk van de hoogte van je salaris. Meer salaris betekent meer pensioen. Maar over een bepaald gedeelte van je salaris bouw je geen pensioen op. Daar betaal je dan ook geen premie over.
AOW-franchise
Dit deel noemen we de AOW-franchise. Dat is het gedeelte dat je straks van de overheid krijgt, als je met pensioen gaat. Dit deel telt niet mee voor je pensioen, en daarom betaal je er ook geen premie aan. Deze franchise wordt van je salaris afgetrokken omdat je later AOW ontvangt van de overheid. Dit telt dus ook niet mee in je pensioenregeling. Na 2024 stijgt de hoogte van de franchise.
Maximaal salaris voor pensioenopbouw
Er is een maximaal salaris waarover je pensioen opbouwt. Hoeveel dat is, verschilt per jaar. Meestal gaat het om bedragen die de ton per jaar ruim passeren. Je betaalt er ook geen premie voor. Het maximumsalaris geldt voor het ouderdomspensioen, het partnerpensioen en het wezenpensioen. Voor het arbeidsongeschiktheidspensioen geldt geen maximale opbouw. Dit pensioen wordt gebaseerd op je volledige salaris.
